glaswol

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glas·wol
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord glaswol -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

glaswol v/m

  1. isolatiemateriaal gemaakt van glas
    • Het glaswol voldeed niet aan de verwachtingen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be