Een glas thee.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glas
Woordherkomst en -opbouw
  • Voor het eerst aangetroffen in 1240 in de betekenis van ‘glas, harde stof uit silicaten’ [1]
  • Van Germaans *glasa- «glas», misschien oorspronkelijk «barnsteen» [2]
1. enkelvoud meervoud
naamwoord glas
verkleinwoord
2.,3.,4. enkelvoud meervoud
naamwoord glas glazen
verkleinwoord glaasje glaasjes

Zelfstandig naamwoord

glas o

  1. (materiaalkunde) niet-kristallijne vaste stof
    • Bij voldoend snelle afkoeling zijn zelfs sommige metalen in staat glazen te vormen. 
  2. een glas (volgens betekenis 1) op basis van siliciumoxide (SiO2), dat veel wordt gebruikt voor de vervaardiging van vensters, glazen (betekenis 3) e.d
    • Het glas van het voorkamerraam brak door de heftige windvlaag. 
  3. een uit glas (volgens betekenis 2) vervaardigd object dat dranken of andere vloeistoffen kan bevatten
    • Wat een mooie glazen heb je gekocht! 
     Langzaam nam hij zijn skibril af, keek me rustig aan, draaide het gastenboek naar zich toe en riep met een luide stem door het kleine café: ‘Tim Van Gogh. No wait, Van Go!’ En dat was dat. Ik accepteerde de naam direct en we klonken met onze glazen cola om het te vieren. Ik herhaalde mijn nieuwe naam een aantal keer stilletjes, ik was ‘Van Go’ geworden.[3]
     Ondertussen was de tafel mooi gedekt en stond hij vol eten. We hieven het glas. ‘The trail provides,’ riep Goldie blij, en daarna viel iedereen als een stel hongerige gieren aan.[3]
  4. (metonymisch) de - vaak alcoholische - inhoud van een glas (volgens betekenis 3)
    • Glaasje op? Laat je rijden! 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Een storm in een glas water zijn
eerst leek het heel belangrijk, maar uiteindelijk stelde het niets voor
  • Er verdrinken er meer in het glas dan in de zee.
er gaan veel mensen dood door het drinken van alcohol
  • In een glazen huis wonen
een persoon wier handelen veel kritiek kan krijgen omdat deze openbaar te volgen is
  • Storm in een glas water
Ophef over niets
  • Zijn eigen glazen ingooien
het voor zichzelf bederven
  • Een glas mag.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord glas glase

Zelfstandig naamwoord

glas

  1. glas


Bretons

Bijvoeglijk naamwoord

glas

  1. (kleur) blauw
    «Al lotuz glas
    De blauwe lotus.
  2. (kleur) groen


Iers

Uitspraak
  • IPA: /gl̪ˠasˠ/

Bijvoeglijk naamwoord

glas

  1. (kleur) groen
  2. (kleur) grijs
Verbuiging


Welsh

Bijvoeglijk naamwoord

glas

  1. (kleur) blauw