gebieden

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·bie·den
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘(als heerser) bevelen’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
  • afgeleid van bieden met het voorvoegsel ge- [2]
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
gebieden gebiedend
gebod geboden
gebied


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gebieden
gebood
geboden
klasse 2 volledig

Werkwoord

gebieden

  1. overgankelijk een dwingende opdracht geven
    • De nieuwe heerser gebood hen alle wapens in te leveren. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

gebieden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gebied
     De Mojave is een van de droogste en heetste gebieden van Amerika met temperaturen tot wel 50 °C.[3]
Hyponiemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen