emulgator

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • emul·ga·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord emulgator emulgatoren
emulgators
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

emulgator m

  1. (voeding) stof die helpt bij het mengen van twee stoffen die normaal gesproken niet of moeilijk mengbaar zijn zodat hiervan een emulsie kan worden gemaakt
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be