eindpunt

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eind·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eindpunt eindpunten
verkleinwoord eindpuntje eindpuntjes

Zelfstandig naamwoord

eindpunt o

  1. het punt waar iets eindigt
    • Het eindpunt van de grafiek was niet goed af te lezen. 
     Er is slechts een beperkt aantal maanden (tussen maart en september) geschikt om de sneeuwstormen te vermijden in de High Sierra’s en de Cascadebergen bij Canada. Hierdoor starten de meeste North Bounders (NOBO) tussen maart en mei om in september het eindpunt te bereiken.[1]
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord eindpunt eindpunte

Zelfstandig naamwoord

eindpunt

  1. eindpunt