druksel


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • druk·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord druksel druksels
verkleinwoord drukseltje drukseltjes

Zelfstandig naamwoord

druksel o [1]

  1. een afbeelding die gemaakt is met behulp van een drukpers
    • Het Stedelijk heropende vorig jaar een zaal die gewijd is aan de druksels van Werkman. Het museum heeft al meer dan 830 werken van Werkman. Deze schenking van 94 werken past in het streven om een zo compleet mogelijk overzicht te krijgen van het oeuvre van Werkman. Ook het Groninger Museum bezit een belangrijke collectie tekeningen, druksels en schilderijen. Dit museum krijgt 59 werken. [2] 
    • Misschien is dit schilderij (of druksel) vooral goed als je het ziet in de context van Van Straalens oeuvre. De afgelopen jaren werd hij bekend met een serie waarin hij delen van werken van bekende appropriation artists als Andy Warhol, John Baldessari en Richard Prince kopieerde en die samenvoegde tot nieuwe werken – de kopieerder gekopieerd. [3] 
    • Hij begint een handelsdrukkerij, verdient te weinig, ligt wakker van de betalingsherinneringen en amuseert zich net even te vaak met de kunstenaarsbent De Ploeg, vindt zijn vrouw. De zaak gaat failliet, maakt in beperkte vorm een doorstart en Werkman gaat aan de slag met zijn handpers, waar zijn experimentele druksels vanaf rollen. [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen