daaraan

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • daar·aan
Woordherkomst en -opbouw
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     aan  
 persoonlijk     eraan  
aanwijz.   nabij     hieraan  
  veraf     daaraan  
  vragend/betrekk.     waaraan  

Voornaamwoordelijk bijwoord

(scheidbaar)
daaraan

  1. aan dat, aan die
    • Daaraan wordt een kabel bevestigd. 
     Het zal u zijn opgevallen dat het hotel hier en daar sporen vertoont van achterstallig onderhoud. We hebben nu eenmaal niet zoveel gasten meer als vroeger. Ook daaraan wil meneer Wang iets doen. Hij streeft naar een volle bezetting.[1]
Uitdrukkingen en gezegden
  • tot daar aan toe
van iets dat het nog net te accepteren is
•  'Jezus, wat doet ie nou?' Denise keek haar verbaasd aan. 'Sinds een paar dagen rookt hij weer.' Denise schudde een paar maal met haar hoofd, maar onthield zich van commentaar. 'Dat roken is nog tot daaraan toe,' zei Chantal. [2] 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Pfeiffer, Ilja Leonard   “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers  , ISBN 978-90-295-2622-7, p. 16
  2. Suzanne Vermeer: All-inclusive 2008
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be