• waar·aan
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     aan  
 persoonlijk     eraan  
aanwijz.   nabij     hieraan  
  veraf     daaraan  
  vragend/betrekk.     waaraan  

(scheidbaar)
waaraan

  1. (vragend) aan wat?, aan welk?
    • Waaraan doet me dat denken? 
    • Waar doet me dat aan denken? 
  2. (betrekkelijk) aan wat, aan hetwelk, aan dewelke
    • Dit is de straat waaraan de school ligt. 
97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]
  1.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be