continentaal

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·ti·nen·taal
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen continentaal continentaler continentaalst
verbogen continentale continentalere continentaalste
partitief continentaals continentalers -

Bijvoeglijk naamwoord

continentaal

  1. behorende tot een werelddeel / behorend tot het vasteland
    • Na het zomerstormpje over Calais is migratie weer van de agenda. De vluchtelingencrisis wordt gezien als een ‘continentaal’ probleem. De aanpak van premier Cameron (wel asielzoekers uit kampen in de regio opnemen, maar niet vanuit de EU) wordt breed gewaardeerd. Maar die vluchtelingen uit kampen zijn nog niet aangekomen. (Roeland Termote e.a. NRC 20 oktober 2015) 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be