• bo·ven·wa·ter
enkelvoud meervoud
naamwoord bovenwater
verkleinwoord

het bovenwatero

  1. bovenste gedeelte van zee, rivier of meer
    • Als het waait is het water in beweging, waardoor het bevriezen minder snel gaat. Ook wordt door de beweging het dieper liggende water, dat warmer is, met het koudere bovenwater vermengd.’’[2] 
  2. boven het wateroppervlak; boven de waterspiegel
    • Ook hebben ze onder- en bovenwater tientallen levende dieren bevrijd die in deze netten vast waren komen te zitten. [3]