boeglam

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boeg·lam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boeglam
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

boeglam o

  1. (paardrijden) kreupel zijn van een paard door overbelasting of door een reumatische aandoening
Synoniemen

Gangbaarheid

19 % van de Nederlanders;
18 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen