bodemtarief

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·dem·ta·rief
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bodemtarief bodemtarieven
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bodemtarief o

  1. (economie) de laagste prijs, de laagste belasting
    • Om de investeringsagenda te kunnen financieren en om de verliezers van de globalisering te kunnen compenseren met de stijgende inkomsten van de winnaars, mogen we de inkomsten uit vermogen niet langer de fiscale dans laten ontspringen. Dat kan alleen als hiervoor op Europees vlak wordt samengewerkt. Zonder een eenduidige Europese berekening van de belastbare vennootschapsbelasting en zonder een ‘bodemtarief’ voor die belasting, blijven lidstaten elkaar vliegen afvangen door steeds grotere belastingvoordelen te geven aan buitenlandse investeerders. [1] 
    • Het bodemtarief, voor etablissementen kleiner dan 50 vierkante meter, wordt 99,95 euro. Cafés en andere horeca tussen de 50 en 150 vierkante meter betalen 149,95 euro. Is het zogenoemde 'kijkoppervlak' groter dan 150 vierkante meter dan kost het 199,95 euro. Bij Eredivisie Live, de vorige aanbieder, varieerden de tarieven tussen 59,95 en 149,95 euro. [2] 
    • Is een minimumtarief voor zelfstandigen een goede zaak? Ja, zegt arbeidseconoom Ronald Dekker van Tilburg University. Hij denkt dat het een prikkel kan zijn voor werkgevers om mensen vaker in loondienst te nemen. Het wordt namelijk ongeveer even duur om iemand aan te nemen en volgens het minimumloon (9 euro per uur) plus premies te betalen, als een zzp’er in te huren volgens het nieuwe bodemtarief. [3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. de Standaard WOENSDAG 10 MEI 2017
  2. Volkskrant HARO KRAAK 23 augustus 2013
  3. Volkskrant Geertje Tuenter 12 oktober 2017
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be