bodemonderzoek


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·dem·on·der·zoek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bodemonderzoek bodemonderzoeken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bodemonderzoek o [1]

  1. onderzoek naar de samenstelling van grond
     Ze leerde heus veel aan de universiteit, maar het mooiste leerde ze in de jaren die volgden: vissen, werken op innovatieve boerderijen, voedselbossen starten, bodemonderzoek doen.[2]
     Omdat het om nieuwe bebouwing gaat die niet in het huidige bestemmingsplan past, moet een bodemonderzoek worden uitgevoerd en een flora- en faunaonderzoek. De leefwereld van planten en dieren mag niet worden aangetast.[3]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2.   Weblink bron Ianthe Sahadat “De vrouw die de rivieren gaat redden: ‘Slechts een paar generaties geleden konden we er nog uit drinken’” (6 december 2019), de Volkskrant
  3.   Weblink bron Mariëtte Cellarius “Uitbreidingsplan De Tolplas in Hoge Hexel aangepast” (21-06-2019), Tubantia