bindmiddel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bind·mid·del
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bindmiddel bindmiddelen
verkleinwoord bindmiddeltje bindmiddeltjes

Zelfstandig naamwoord

bindmiddel o

  1. een stof die een ander materiaal bijeen houdt en zorgt dat de stoffen goed met elkaar mengen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be