arabesk

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ara·besk
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘versiering’ voor het eerst aangetroffen in 1558 [1]
  • afgeleid van Arabië met het achtervoegsel -esk [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord arabesk arabesken
verkleinwoord arabeskje arabeskjes

Zelfstandig naamwoord

arabesk v/m

  1. (kunst) een uitgebreide, vaak vlakvullende toepassing van zich herhalende geometrische vormen, die soms aan de vormen van dier of plant herinneren
    • In de islamitische kunst worden arabesken veel toegepast. 
  2. overdreven hoffelijke begroeting met veel kronkelige bewegingen
     Ook als ik niet op het bestaan van de majordomus zou zijn voorbereid, had hij mij onmogelijk kunnen ontgaan. Zodra ik één voet over de drempel had gezet van zijn vesting en heiligdom, danste hij mij tegemoet. Hij verwelkomde mij met zoveel egards, krullen en arabesken dat het overduidelijk was dat ik met een professional te maken had.[3]
  3. (muziek) speels, grillig muziekstuk
Vertalingen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen