Oudhollands

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Oud·hol·lands
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord Oudhollands -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

Oudhollands o

  1. Nederlands dat vroeger in Holland gesproken werd
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen Oudhollands Oudhollandser Oudhollandst
verbogen Oudhollandse Oudhollandsere Oudhollandste
partitief Oudhollands Oudhollandsers -

Bijvoeglijk naamwoord

Oudhollands

  1. betreffende het Oudhollands (de taal)
    • Eiber is een Oudhollands woord voor ooievaar. 

Bijvoeglijk naamwoord

Oudhollands

  1. verouderde spelling of vorm van oud-Hollands tot 2006 indien het betekent: betreffende het vroegere Holland of Nederland

Gangbaarheid