zilverglans


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zil·ver·glans
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zilverglans zilverglanzen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zilverglans m [1]

  1. grijswitte glans zoals van zilver
     Daarbij vindt ze het kledingstuk onpraktisch. “Het is onnodig en gewoon niet mooi: de panty moet dun zijn om het vleeskouseffect te vermijden, maar je trekt ze dus ook met de minste beweging kapot. Daarnaast is de kleur zelden tot nooit helemaal goed en zit er vaak een raar glansje in. Ik wil geen zilverglanzende benen!”[2]
     Niet alleen de plaatjes waren pakkend; ook de tekst loog er niet om: „Wanneer in een najaarsnacht de tegen het paalwerk van een haven slaande golven lichten, behoort de tere zilverglans de geest van de toeschouwer met eerbied te vervullen, want hier ziet men in de microben die dit lichten veroorzaken van aangezicht tot aangezicht de oorsprong van al wat leeft.”[3]
  2. delfstof bestaande uit zwavelzilver met 87% zilver
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2.   Weblink bron INDRA JAGER “Kunnen huidkleurige panty's eigenlijk nog wel?” (31 mrt. 2017), De Telegraaf
  3.   Weblink bron Prof. dr. P. J. Slootweg “Creationistische visie op kwaad in schepping en evolutie mist overtuigingskracht” (08-05-2009), Reformatorisch Dagblad