zeevruchten

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee·vruch·ten
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

zeevruchten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zeevrucht
     De vis wordt verpakt in zogeheten skinfolie, waardoor de vis langer goed blijft, en naast de naam van het merk zullen foto’s van de Nederlandse vissers die de zeevruchten gevangen hebben te bewonderen zijn.[1]
  2. alleen meervoud (voeding) allerlei eetbare schaal- en schelpdieren
     Dat was een goed idee, de pasta met zeevruchten is erg lekker. Het grote bord is gevuld met schelpen, mosselen, scampi’s en een lichtpittige tomatensaus.[2]
     Aan de kust zijn het vooral vis en zeevruchten die het menu bepalen.[3]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Hans Klis “Dit brengen andere media vandaag” (15 juli 2014) op nrc.nl
  2.   Weblink bron Corinne van der Velden “De jongens zien er strak uit in Turijn” (5 augustus 2011) op nrc.nl
  3.   Weblink bron Janneke Vreugdenhil “Van hapje naar hapje” (10 juli 2010) op nrc.nl
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be