waterplas

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·plas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waterplas waterplassen
verkleinwoord waterplasje waterplasjes

Zelfstandig naamwoord

waterplas m

  1. natuurlijk, stilstaand waterbekken van niet te grote omvang, vijver, meertje
Verwante begrippen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be