vuilbekken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vuil·bek·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van vuil en bek met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vuilbekken
vuilbekte
gevuilbekt
zwak -t volledig

Werkwoord

vuilbekken

  1. obsceniteiten zeggen
    • Die jongen zat de hele tijd te vuilbekken. 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

vuilbekken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord vuilbek

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be