voorverkoop

Nederlands

 
kaartjes voor de wedstrijd Ajax - Feyenoord al in de voorverkoop uitverkocht
Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·ver·koop
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voorverkoop voorverkopen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

voorverkoop [1]

  1. verkoop van producten (meestal gaat het om toegangskaarten) voordat de verkoop officieel start, zodat de consument verzekerd is dat het product nog niet is uitverkocht
    • Volgens Billboard werd dit gerealiseerd door vier dagen exclusieve voorverkoop aan fans en drie dagen openbare verkoop. Hoewel geen van de shows tot nu toe uitverkocht is, verloopt de verkoop volgens de verwachting van het team van Taylor.[2] 
    • De voorverkoop begint vrijdag. De voorstellingen zijn in Den Haag, Delft, Leiden, Amsterdam (2x), Nijmegen, Haarlem en Leeuwarden.[3] 
    • In totaal treden op het Noord-Hollandse zomerfestival meer dan vijftig bands, dj's en artiesten op. Donderdag werden nog veertien andere artiesten bekendgemaakt, de rest van de line-up volgt in de komende maanden. Indian Summer 2018 vindt plaats op vrijdag 29 juni en zaterdag 30 juni. Het is volgend jaar de achttiende keer dat het festival gehouden wordt. De voorverkoop start zaterdag 16 december om 11.00 uur.[4] 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 03 jan. 2018
  3. de Telegraaf 22 dec. 2017
  4. de Telegraaf 14 dec. 2017