vismeel


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vis·meel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vismeel
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vismeel o [1]

  1. vermalen en gedroogde vis of garnalen die men meestal gebruikt als veevoer
    • Door het slechte weer viel zijn vangst tegen. Na veertien uur varen kwamen ze gisterenmiddag om 12 uur de eerste school tegen. Het waaide echter te hard om die aan boord te kunnen krijgen. Dat lukte pas eind van de middag. ,,Vervolgens hebben we nog tot tien uur `s avonds verder gezocht. Toen moesten we terugvaren, want op de vroege veiling worden de beste prijzen betaald.’’ Een schipper die te laat arriveert, loopt het risico dat zijn haring niet tot maatjes maar tot goedkoop vismeel wordt verwerkt. [2] 
    • 'Als wij ondermaatse vis en niet-commerciële soorten verplicht aan land moeten brengen, ontstaat er een probleem. Er is helemaal geen markt voor, en in Nederland zijn geen vismeelfabrieken', stellen de belangenhartigers. Zij benadrukken dat vis voor vismeel op de visafslag in Den Helder, Scheveningen, IJmuiden of Urk ook veel minder zal opleveren. [3] 
    • ,,Brand ontstaat bijna altijd door kortsluiting. Steenmarters zijn gek op het isolatiemateriaal van bedrading. Om dat spul soepel te houden, is er vaak vismeel in verwerkt. Dat lokt marters aan." De ANWB wil de relatie tussen autobranden en steenmarters nader onderzoeken en verzamelt daartoe informatie over spontane autobranden. [4] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen