vertragen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·tra·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van traag met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en of afgeleid van tragen met het voorvoegsel ver-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vertragen
vertraagde
vertraagd
zwak -d volledig

Werkwoord

vertragen

  1. overgankelijk langzamer doen worden
    • De hulpverlening werd aanzienlijk vertraagd door de grote schade aan de infrastuctuur. 
     De koude berglucht had de lente op deze hoogte wat vertraagd, maar door de warmte liepen nu ook de bergbloemen allemaal uit.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be