verstoord

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·stoord
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verstoren: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen verstoord verstoorder verstoordst
verbogen verstoorde verstoordere verstoordste
partitief verstoords verstoorders -

Bijvoeglijk naamwoord

verstoord

Werkwoord

vervoeging van: verstoren…
verbogen vorm: verstoorde

verstoord

  1. voltooid deelwoord van verstoren

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be