veldspeler

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • veld·spe·ler
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord veldspeler veldspelers
verkleinwoord veldspelertje veldspelertjes

Zelfstandig naamwoord

veldspeler m [1]

  1. bij veldsporten zoals voetbal, hockey en handbal alle spelers behalve de doelverdediger
    • Veldspeler redt beslissende penalty na rood keeper.[2] 
    • Het was deze keer juist Noorwegen dat bij voortduring snel uitbrak. Daar was naar het Nederlandse voorbeeld extra op getraind door de IJslander Thorir Hergeirsson, de man die al acht jaar de Noren van succes naar succes leidt. Die verbeterde versie van de Europese kampioensploeg had de juiste looppatronen, zag de bal van de vingers van keeper Katrine Lunde (37 jaar oud) feilloos vertrekken naar een in de diepte gestarte veldspeler.[3] 
    • In de laatste minuut krijgt Nederland nog een strafbal. Keepster Aisling D’Hooghe, die al het veld uit was om met een veldspeler meer te staan, maakt haar rentree. De beste keepster van het toernooi kan niks doen tegen de gecontroleerde sleep van Ireen van den Assem. Het is 3-0 als de laatste seconden wegtikken.[4] 
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tubantia 9 november 2017
  3. Volkskrant John Volkers 15 december 2017
  4. NRC Guus RitzenMaike van Leeuwen 26 augustus 2017