valbijl

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • val·bijl
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord valbijl valbijlen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

valbijl v / m [1]

  1. toestel waarmee mensen worden onthoofd d.m.v. een bijl die omlaag valt
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen