touwladder

Nederlands

 
[1] Een touwladder
 
[2] de zijstagen gaan naar het ronde kraaienest in de mast door de horizontale weeflijnen (ook wel touwladder genoemd) kunnen bemanningsleden naar boven klimmen
Uitspraak
Woordafbreking
  • touw·lad·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord touwladder touwladders
verkleinwoord touwladdertje touwladdertjes

Zelfstandig naamwoord

touwladder v/m [1]

  1. een ladder met buigzame ladders die aan een bevestigingspunt hangen en waarvan de sporten vaak wel van hout zijn
    • Everink was een ontdekkingsreiziger, de Livingstone van de reisbranche. Hij speurde naar dat ene onontdekte terrasje, dat alleen per touwladder bereikbaar was, en waar je zo leuk handgevangen vis kon eten als je het juiste wachtwoord gaf aan de oude visser tien stappen links van de blauwe steiger. [2] 
  2. weeflijnen tussen de zijstagen
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Arjen van Veelen 7 maart 2016
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be