tienmaal

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tien·maal
Woordherkomst en -opbouw

Telbijwoord

tienmaal

  1. in (naar schatting) tien gevallen
    • Hij heeft daar wel tienmaal aan herinnerd. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be