smoutbol

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smout·bol
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord smoutbol smoutbollen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

smoutbol m

  1. oliebol
Synoniemen

Gangbaarheid

23 % van de Nederlanders;
80 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be