reservepositie


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ser·ve·po·si·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reservepositie reserveposities
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

reservepositie v

  1. geld dat men in kas heeft zonder dat er al een bestemming voor gevonden is en dat gebruikt kan worden bij tegenvallers
    • Voor Enschede is er, aldus Goudt, geen vuiltje aan de lucht gezien de goede reservepositie. De stad heeft een vermogen van 154,4 miljoen euro. Dit biedt zelfs mogelijkheden een deel hiervan te bestemmen voor het oplossen van knelpunten of voor strategische doeleinden. [1] 
    • Verlaging van het besteedbare bedrag kan aan de orde zijn wanneer de Almelose politiek ervoor kiest om met behulp van de Essentgelden de aangetaste reservepositie van Almelo weer op niveau te brengen. [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen