relatievorm

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·la·tie·vorm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord relatievorm relatievormen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

relatievorm m

  1. het uiterlijk van een relatie
    • Naast het huwelijk zijn er nog een aantal andere relatievormen in de Nederlandse wet genoemd, daarnaast bestaan er ook niet wettelijk benoemde relatievormen. 

Meer informatie

Gangbaarheid