prefabwoning

Nederlands

 
prefab woning
Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·fab·wo·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord prefabwoning prefabwoningen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

prefabwoning v

  1. (bouwkunde) een woning die in de fabriek al in belangrijke mate is voorgefabriceerd en op de bouwplaats alleen maar in elkaar gezet en afgewerkt hoeft te worden
    • Cat is een dertiger wanneer ze terugblikt op haar zestiende levensjaar. Nu woont ze in New York waar ze werkt in een bibliotheek, toen woonde ze met moeder en broer in een prefabwoning in het noorden van Michigan. Cats ouders waren recent gescheiden en haar moeder wilde terugkeren naar de plek waar ze opgroeide, een vergeten gat met lage huizenprijzen. [1] 
    • Eind 2015 sloten de overheid en gemeenten een overeenkomst om snel veel statushouders tijdelijk te huisvesten. Dat moet onder meer gebeuren door een regeling waarbij de statushouder in een omgebouwd kantoorpand of prefabwoningen verblijft. ,,Veel gemeenten zijn over dat soort plannen aan het nadenken, maar het loopt nog niet storm met concrete projecten," zegt een COA-woordvoerder. In januari is het eerste project geopend: veertig statushouders wonen op een verdieping van een oud kantoorpand in Haarlem, samen met studenten. [2] 

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. de Standaard VRIJDAG 14 APRIL 2017
  2. Tubantia Cyril Rosman 11-januari-2017