persklaar


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pers·klaar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen persklaar persklaarder persklaarst
verbogen persklare persklaardere persklaarste
partitief persklaars persklaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

persklaar [1]

  1. gereed om gedrukt te worden; gereed voor publicatie
    • Op donderdag, bij de presentatie van het herdenkingsjaar, werd 'De Nootmuskaatkolonel' gepresenteerd. Het bevat nonsensteksten en koldertekeningen van Hermans. Eerder dit jaar dook een manuscript op dat al helemaal persklaar bleek te zijn.[2] 
    • Nog tot kort voor zijn dood heeft Günter Grass aan zijn laatste boek gewerkt. 'We hebben hebben het boek de afgelopen week letterlijk afgewerkt, het is persklaar. We hadden enkel nog wat aan de laatste kleinigheden geprutst', zei zijn uitgever Gerhard Steidl maandag in Göttingen.[3] 

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen