partitief

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • par·ti·tief
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen partitief
verbogen partitieve

Bijvoeglijk naamwoord

partitief

  1. wijzend op gedeeltelijkheid
     Probeert u eens de volgende twee zinnen hardop uit te spreken: ik hou van opera's en ik hou van twee van opera's. U zult een ernstige weerzin voelen tegen de tweede zin. (…) Het is niet zo moeilijk om dit verschijnsel te beschrijven: in een partitieve constructie als twee van de opera's, waarin een aantal uit een grotere groep wordt aangeduid, mag het lidwoord niet weggelaten worden, zoals in vrijwel alle andere constructies in het meervoud wel kan.[2]
     Het kenmerk van partitieve kleurmenging is dat de lichtheid van de ontstane mengkleur precies ligt tussen de lichtheid van de beide uitgangskleuren.[3]
enkelvoud meervoud
naamwoord partitief partitieven
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

partitief m

  1. (taalkunde) naamval die het aspect van gedeeltelijkheid aanduidt
     De partitief geeft aan dat een woord onderdeel is van een groter geheel of wordt uitgedrukt in een maateenheid.[4]

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. partitief op website: Etymologiebank.nl
  2.   Weblink bron Peter-Arno Coppen “Lege woorden” (1 november 1995) op trouw.nl
  3.   Weblink bron Mark Kotterink & Jan de Boon “Kleurvormgeving : Uitgebreide kleurenleer voor de professionele kleuradviseur”, 1e druk (augustus 2018), Stichting Nederlandse Kleurenschool, Zaandam, ISBN 9789493058019, p. 32
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie Stef Spronck “Typologische reis: Waarom zijn er naamvallen? (deel drie)” (25 mei 2020) op kuleuven.be