paasmaal
  • paas·maal
enkelvoud meervoud
naamwoord paasmaal paasmalen
verkleinwoord paasmaaltje paasmaaltjes

het paasmaalo [1]

  1. maaltijd die men samen met andere mensen geniet tijdens het paasfeest
     Het is lente: de tijd dat geitjes en lammetjes worden geboren. Hoewel het nu niet mogelijk is om de schattige dieren een flesje te geven omdat de boerderijen gesloten zijn, kun je er wel langsgaan om ze te bewonderen en misschien wel een aai te geven. Ook in veel weilanden, bijvoorbeeld tijdens een fietstochtje met je kinderen, zie je lammetjes. Tip: boerderijwinkels zijn vaak wel open. Neem een lekker stuk kaas of verse groente mee en geniet bij thuiskomst van een paasmaal.[2]


  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2.   Weblink bron “Van lammetjes kijken tot eieren schilderen, dit kun je doen met je kinderen tijdens Pasen” (03-04-2021), Tubantia