overname

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·na·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overname overnames
overnamen
verkleinwoord overnametje overnametjes

Zelfstandig naamwoord

overname v/m

  1. het kopen van iets, meestal gebruikt voor het kopen van een bedrijf door een ander bedrijf
  2. het gebruiken van iets in een eigen werk dat door een ander is gemaakt of geschreven
     Dank aan de auteurs en uitgevers die overname toestonden (zie voor bijzonderheden 'Bronnen' aan het einde van het boek). De oorspronkelijke spelling hiervan is zoveel mogelijk gehandhaafd. Van enkele stukken bleken, tot onze spijt, auteur en uitgever niet te achterhalen.[1]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Marijke van Raephorst   “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat  , p. 7
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be