omheining

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·hei·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord omheining omheiningen
verkleinwoord omheininkje omheininkjes

Zelfstandig naamwoord

omheining v

  1. een afscheiding rond een bepaald terrein of erf
    • We hebben gekozen voor een omheining van bamboe. 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be