nulverzameling

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nul·ver·za·me·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nulverzameling nulverzamelingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

nulverzameling v

  1. (wiskunde) collectie waarvan de omvang bij vergelijking met de collectie waarvan zij onderdeel uitgedrukt wordt door de maat 0:
    meetbare verzameling in een maatruimte (S, Σ, μ) waarvoor μ (N) = 0
     In het bijzonder zien we als elke gesloten deelverzameling van A een nulverzameling is, dat ook A een nulverzameling is.[1]
Opmerkingen
  • Niet te verwarren met de lege verzameling, een verzameling die geen elementen bevat.

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Bryan Versendaal “Niet Lebesgue-meetbare verzamelingen”, bachelorscriptie (juli 2018), TU Delft, p. 12 op tudelft.nl