noodvoorraad

Nederlands

 
een 12.000 liter watertank die men kan gebruiken om een noodvorraad water in op te slaan
Uitspraak
Woordafbreking
  • nood·voor·raad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord noodvoorraad noodvoorraden
verkleinwoord noodvoorraadje noodvoorraadjes

Zelfstandig naamwoord

noodvoorraad m

  1. iets dat men in voorraad heeft om te kunnen gebruiken in een noodsituatie
    • Het Rode Kruis heeft voorbereidingen getroffen om hulp te verlenen. Lokaal, nationaal en internationaal staan vrijwilligers en hulpverleners klaar. Op verschillende plaatsen in de Filipijnen heeft het Rode Kruis al noodvoorraden met onder andere voedsel en dekens maar ook generatoren en communicatiemiddelen.[1] 
    • Voor Matt LoPresti was de oorlogsretoriek uit Washington en Pyong- yang reden zijn noodvoorraad nog eens te controleren. Hij schat dat hij voor zes weken voedsel in huis heeft - voldoende voor het hele gezin.[2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Het Parool 6 DECEMBER 2014 Tyfoon Hagupit aan land in Filipijnen
  2. Tubantia Karlijn van Houwelingen 15-08-17 Hawaii bereidt zich voor op de bom