neuswortel


Nederlands

 
brede neuswortel bij een patiënt met myxoedeem van het gelaat
Uitspraak
Woordafbreking
  • neus·wor·tel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord neuswortel neuswortels
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

neuswortel m [1]

  1. (anatomie) plaats waar het voorhoofd overgaat in de neusrug
    • De schrijn is in het geheim met toestemming van de vicaris geopend en de beenderen zijn door archeologen bekeken. Alles beneden de neuswortel bleek echter verdwenen. Conservator van het Stedelijk Museum Zwolle Marjan Brouwer bevestigde deze bevindingen. In het najaar houden museum de Fundatie, het Stedelijk Museum in Zwolle en het Historisch Centrum Overijssel gezamenlijk een grote tentoonstelling over de theoloog. De reconstructie van het gezicht had daar onderdeel van moeten worden. [2] 
    • Wat was dat met de chemische samenstelling van tranen dat ze zo in de neus prikten? Of was het een stofje in de neuswortel, geactiveerd door de nabijheid van traanvocht? Nee, zorgvuldiger: het prikken, of tintelen, ging vaak aan het vrijelijk vloeien van tranen vooraf, dus moest het een uiting van inwendig verzet tegen openlijk huilen zijn. [3] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen