neonbuis

Nederlands

 
neonbuis
Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·on·buis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord neonbuis neonbuizen
verkleinwoord neonbuisje neonbuisjes

Zelfstandig naamwoord

neonbuis v/m [1]

  1. buisvormige neonlamp
    • ALTIJD zijn ze toe die 'Mallorquinse persianas'; zomer en winter. En dan denk je; ah ja natuurlijk zijn ze toe; met die hitte in de zomer weer je te warmte buitenshuis en met de vochtige winter weer je de koude. Maar dan denk ik: er is toch zeker 1/3 van de tijd van het jaar dat het wel kan, want het weer is hier dan perfect; geen regen en aangenaam van temperatuur tussen de 20 en 25 graden. Wie wil er nu geen licht en zonneschijn in zijn huis ontvangen maar daarentegen je kind te spelen zetten in een donkere kamer met een armzielig peerke of neonbuis boven zijn hoofd. [2] 
    • Een grappig begin, zo'n lampje zonder licht. Navid Nuur manipuleert in dezelfde zaal neon door het langs glassplinters in een neonbuis te leiden. In Broken Circle komt die hoeveelheid gebroken glas overeen met hoeveel glas nodig zou zijn om de 'gebroken cirkel' rond te maken. Maar het is eigenlijk niet eens nodig dat te weten. Het is intrigerend genoeg te zien hoe het neon zich door dit parcours manoeuvreert. [3] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 29/06/2011 door Sintje Mortier
  3. Volkskrant Anna van Leeuwen 6 november 2015
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be