meetbaar

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • meet·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen meetbaar meetbaarder meetbaarst
verbogen meetbare meetbaardere meetbaarste
partitief meetbaars meetbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

meetbaar

  1. te bepalen in maat en getal
    • Chemicaliën die wij in het milieu brengen, blijken tot op afgelegen plekken te traceren, beslissingen over fossiele energie zullen nog duizenden jaren meetbaar zijn. Landbouw, fossiele brandstoffen, mijnbouw, medische zorg en verstedelijking vormen echte vooruitgang, maar leiden niettemin tot onvoorziene wereldwijde gevolgen op de lange termijn. Die gevolgen waren aanvankelijk niet te overzien, maar zelfs nu ze bekend zijn, zijn we niet in staat ons aan te passen. [1] 
     Ik zocht naar een manier om mijn nieuw verworven houding thuis vast te houden en bedacht vijf doelen met concrete, meetbare doelstellingen.[2]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Louise O. Fresco NRC 1 juni 2016
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be