materialistisch

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·te·ri·a·lis·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen materialistisch materialistischer
verbogen materialistische materialistischere
partitief materialistisch materialistischers -

Bijvoeglijk naamwoord

materialistisch

  1. hechtend aan stoffelijk gewin, strevend naar materieel bezit en/of genot.
    • Hij was erg materialistisch ingesteld. 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be