maismeel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mais·meel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord maismeel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

maismeel o

  1. (voeding) fijngemalen maiskorrels
    • Het zelfbenoemde ‘goudeerlijke’ maisbrood is door de Veghelse supermarktketen gebakken zónder maismeel. [1]
    • Hun voornaamste spijze is een dikke pap, van maismeel gemaakt, welke zij "mammalika" noemen; het is eene gezonde en zeer voedzame spijze. [2]
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen