lumholtzboomkangoeroe


Nederlands

Uitspraak
  • (IPA in voorbereiding)
Woordafbreking
  • lum·holtz·boom·kan·goe·roe
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lumholtzboomkangoeroe lumholtzboomkangoeroes
verkleinwoord lumholtzboomkangoeroetje lumholtzboomkangoeroetjes

Zelfstandig naamwoord

lumholtzboomkangoeroe m

  1. (buideldieren) Dendrolagus lumholtzi   een klimbuideldier uit het geslacht der boomkangoeroes (Dendrolagus) dat voorkomt in het regenwoud van Noordoost-Queensland van Kirrima tot Mount Spurgeon, op meer dan 800 m hoogte. In de laaglandregenwouden tussen Innisfail en Cairns is hij uitgestorven. Deze soort is niet nauw verwant aan de andere boomkangoeroes; samen met de andere Australische soort, de Bennettboomkangoeroe (D. bennettianus) en de Nieuw-Guinese grijze boomkangoeroe (D. inustus) vormt hij een primitieve groep binnen het geslacht
Hyperoniemen


Gangbaarheid

Meer informatie