• IPA: /lɔ̃nˈdi/
  • lon·di
  • Ontstaan uit het Latijnse Lunae dies (maandag, de dag van de maan(godin)).
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  londi     li londi     londis     les londis  

londi m

  1. maandag


Dagen in het Waals
londi, dilon
maandag
mårdi, dimår
dinsdag
mierkidi, dimiek
woensdag
djudi, diyou
donderdag
vénrdi, divénr
vrijdag
semdi
zaterdag
dimegne
zondag