litteratuur


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lit·te·ra·tuur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord litteratuur litteraturen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

litteratuur v [1]

  1. letterkunde
  2. (kunst) het geheel van als kunstzinnig beschouwde geschreven werken, m.n. proza of poëzie
     Het bizarre verhaal van de ‘Zelfmoordbrug van honden’ in Dumbarton, ten noordwesten van Glasgow, houdt bewoners al decennia bezig en is een klassieker in esoterische litteratuur. Maar nu heeft het mysterie de bloedserieuze New York Times gehaald.[2]
     Op de jaarlijkse hoogmis voor de litteratuur boden zo’n honderd standhouders dit jaar zo’n 65.000 titels te koop aan. Honderden auteurs, waaronder Pascale Naessens, Ish Ait Hamou en Toni Coppers, zetten hun handtekening tijdens in totaal 2.000 signeersessies, bovenop 300 optredens en lezingen die werden georganiseerd.[3]
  3. alle teksten die op een bepaald vakgebied betrekking hebben
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

46 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2.   Weblink bron Bob van Huët “Zelfmoordbrug waar honden vanaf springen groot mysterie” (2 apr. 2019), Tubantia
  3.   Weblink bron say “Maar liefst 150.000 bezoekers op tachtigste boekenbeurs” (11/11/2016), De Standaard
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be