kwartiermaker


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwar·tier·ma·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kwartiermaker kwartiermakers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kwartiermaker m [1]

  1. (militair) officier die de bouw van een kampement voorbereidt
  2. iemand die een project voorbereidt
    • Gerard Cornelisse presenteerde vorige week zijn voorbereidende werk als kwartiermaker van de nog te bouwen Hijschkamer. Is zijn werk nu af? „Je werk zit er nooit op. Ik ben met pensioen, kan doen wat ik wil. Ik ben geen wegloper.” [2] 
    • De onderzoeker is sinds februari namens alle partijen uit de medisch specialistische zorg 'kwartiermaker Zorgevaluatie en Gepast Gebruik' bij het Zorginstituut. Hij heeft een mandaat gekregen om niet effectieve en onnodige zorg uit te bannen. [3] 


Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen