kinderloos

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kin·der·loos
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van kind met het achtervoegsel -loos met het invoegsel -er-
stellend
onverbogen kinderloos
verbogen kinderloze
partitief kinderloos

Bijvoeglijk naamwoord

kinderloos

  1. zonder kinderen
    • Het ongewenst kinderloze echtpaar had alles geprobeerd om toch aan een nageslacht te komen. 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be