kieuwen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kieu·wen

Zelfstandig naamwoord

kieuwen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kieuw

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be